Beveiligingstips

Organisatorische maatregelen

Inbraakpreventie is een kwestie van het treffen van bouwkundige en elektronische maatregelen. Om tot een sluitend geheel te komen zal de eigenaar of gebruiker van een beveiligd gebouw moeten zorgen dat ook de nodige organisatorische maatregelen worden genomen. Hierbij ligt het voor de hand dat de technische preventieve voorzieningen op de juiste manier gebruikt moeten worden om ze het gewenste effect te laten sorteren. Daarnaast zal - om te zorgen dat dit ook in de toekomst het geval zal zijn - het onderhoud ervan geregeld moeten worden. En tenslotte zijn er tal van organisatorische maatregelen die het de inbreker moeilijk maken of die hen soms van te voren al doen besluiten om van een poging tot inbraak af te zien. Het totale pakket organisatorische maatregelen zal van geval tot geval verschillen; het is sterk afhankelijk van de situatie. Geadviseerd wordt om in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen:

1. Sleutelbeheer en -gebruik

Een slot moet goed gebruikt worden, anders heeft het geen zin. In elk geval moet worden gezorgd dat allen bevoegde personen in het bezit zijn van een sleutel en dat eventuele reservesleutels goed worden opgeborgen. Om het aantal in gebruik zijnde sleutels te beperken, kan gebruik worden gemaakt van gelijksluitende cilinders. Er dient een meldingsplicht te zijn bij het verlies van een sleutel

2. Sluitronde

Bij het afsluiten van het gebouw - en eventueel het inschakelen van het inbraaksignaleringssysteem dient gecontroleerd te worden of alle ramen en deuren zijn afgesloten. Maak daar een vaste afsluitronde van, het beperkt de kans om een deur of raam te vergeten. Maak duidelijke afspraken over wie er verantwoordelijk is voor het afsluiten en wie er als plaatsvervanger optreedt.

3. Merken en registreren van waardevolle zaken

Voorzie de meest waardevolle zaken van uw postcode en huisnummer door middel van graveren, etsen of inbranden. Registreer deze bezittingen op een lijst en maak er eventueel foto's van. Na een diefstal kan dit nuttig zijn voor herkenning, opsporing en vaststellen van de schade.

4. Zichtbare afwezigheid voorkomen

Vooral in de vakantieperiodes is een bekend verschijnsel dat gesloten gordijnen, overvolle brievenbussen, niet gemaaide gazons en zelfs briefjes op de deur afwezigheid kunnen verraden. Deze signalen maken de keuze voor de inbreker er niet moeilijker op. Buren, kennissen of familieleden kunnen helpen om een huis bewoond te laten lijken. Het laten branden van enkele lichtpunten in het huis accentueert het bewoonde uiterlijk. Door middel van instelbare schakelklokken kan met enkele lichtpunten - met energiezuinige lampen - in het huis een normaal bewoningspatroon worden gesimuleerd.

5. Beveiligingsverlichting

Een inbreker wordt niet graag gezien. Vandaar dat beveiligingsverlichting langs de buitenkant van het gebouw preventief werkt. Tenminste, indien de omgeving (sociale) controle toelaat en de inbreker inderdaad de kans loopt om gezien te worden. Beveiligingsverlichting kan door middel van een schemerschakelaar automatisch worden ontstoken en gedoofd. Het verlichtingsniveau dient - met name ter plaatse van deuren, ramen en opklimmogelijkheden - tenminste gelijk te zijn aan dat van de openbare verlichting. In bepaalde gevallen kan 'schrikverlichting' worden toegepast, die wordt ingeschakeld door een detector of door het inbraaksignaleringssysteem.

6. Gebruik van compartimenten

Indien in het gebouw een inbraakwerend compartiment is ingericht, dienen afspraken gemaakt te worden over het gebruik van deze ruimte. Maak duidelijke afspraken over wie er verantwoordelijk is voor het goede gebruik van het compartiment en wie er als plaatsvervanger optreedt. Het bovenstaande geldt evenzeer voor de (veilige) opslag van computergegevens e.d.

7. Buren en omwonenden

Het verdient aanbeveling om met buren of omwonenden afspraken te maken over het in de gaten houden van elkaars gebouwen. In woonwijken kan dit worden georganiseerd in de vorm van 'buurtpreventie projecten'. Bewoners kunnen op deze manier samen met de politie zorgen dat inbrekers en vandalen minder gemakkelijk de kans krijgen hun slag te slaan. Op bedrijfsterreinen wordt de bewaking in toenemende mate georganiseerd in samenwerking met politie, bewakingsbedrijven en gemeente.

8. Opklimmogelijkheden

Opklimmogelijkheden om het gebouw dienen zoveel mogelijk vermeden te worden. Inbrekers schrikken er niet voor terug om via 'opklimmogelijkheden', zoals afvalcontainers, afdaken, een stapel pallets, een ladder, afdekkap van de zonwering e.d. naar boven te klimmen om te onderzoeken of ze niet makkelijker binnen kunnen komen via daklichten, dakramen, bovenlichten of balkondeuren. Opklimmen kan worden bemoeilijkt door het toepassen van bijvoorbeeld getande beugels rond hemelwaterafvoeren en overklimbeveiliging op (lage) muren. Losse hulpmiddelen, zoals ladders, pallets, kratten, verrolbare containers e.d. dienen te worden opgeborgen, of met een goed hangslot op hun - van het gebouw verwijderde plaats - te worden gefixeerd. Speciale aandacht verdienen in dit verband ook tijdelijke voorzieningen, zoals de steiger van de schilder.

9. Tuinaanleg

Bij de tuinaanleg en het onderhoud van de beplanting rondom het gebouw dient ervoor gezorgd te worden dat het geheel overzichtelijk blijft. Het is van belang, dat de inbreker door de hoogopgaande begroeiing niet ongezien te werk kan gaan of zich kan verschuilen. Het verdient aanbeveling om de hoogte van de begroeiing om het gebouw te beperken tot ca. 1 meter. Het is goed om hier bij de keuze van de beplanting rekening mee te houden en ook om bij het tuinonderhoud het onderwerp 'inbraakpreventie' niet uit het oog te verliezen. De toepassing van een hekwerk om het terrein maakt het betreden niet geheel onmogelijk, maar een hek vormt wel een extra barri�re. Ook voor vandalen en een eventuele afvoer van de buit.

10. Wijzigingen

Inbraakbeveiliging is in feite altijd maatwerk, want alle beveiligingsmaatregelen worden speciaal op de gegeven situatie afgestemd. Het verdient aanbeveling om dit steeds goed in het oog te houden, zodra er plannen gemaakt worden om iets te wijzigen. Bij plannen voor verbouwing, uitbreiding, het wijzigen van de indeling, de routing of de bestemming van ruimten, dient daarom steeds te worden nagegaan of het nodig is om de beveiliging aan te passen. Dit is beter dan af te wachten totdat het beveiligingsbedrijf de noodzaak tot aanpassing constateert tijdens de uitvoering van het periodieke onderhoud. � H. Meerman